|
Zondag
6 juni – Het Stadslab
Lisa
Weiss & DaMuSiCa
Aanvang 17.00 uur entree gratis

Lisa Weiss
& Damusica (zondag 6 juni): Met haar eerste album van de Sinti-zangeres Lisa Weiss getiteld
‘Betje’ is een weerspiegeling van haar ziel. In haar zang laat ze haar hart
vrijuit spreken. De lange zoektocht naar haar herkomst was pijnlijk en
verdrietig. Zij leerde een duistere kant kennen die haar uiteindelijk vrijheid
gaf. Haar mzuiek is dan ook doordrenkt van melancholische verhalen over passie
en liefde. ‘Ontwapenend’ is het juiste woord voor Lisa Weiss. Sinti zigeuners
spreken zelden over de pijn, onmenselijkheid en waanzin die hen is overkomen.
Het verdriet van generaties blijft verborgen in hun hart en de lippen vaak
verzegelt. In de duisternis van de avond en nacht werden de verhalen rond het kampvuur
verteld. Muziek en dans dienden om de ellende te verzachten, een probaat middel
zoals vaak is gebleken. Voor de juiste vertalingen van de overgeleverde teksten
kreeg zij steun van Lalla Weiss en Lizzy Schäfer. Lisa Weiss heeft een klein
theatertje waar ze in een ‘vaudevilleachtige’ sfeer haar muziek ten gehore
brengt. Regelmatig speelt zij solo of met haar band DaMuSiCa. Haar muzikanten
begrijpen de sfeer van het culturele erfgoed van de Sinti en weten deze
haarfijn muzikaal te vertalen. Haar voorstellingen zijn in zekere zin theatraal
maar niet besmuikt. Zij weet telkens weer de gevoelige snaar te raken. Lisa
Weiss is een multitalent. Haar zang, gitaarspel en bindend artistiek vermogen
zorgt voor internationale erkenning, van optredens in Auschwitz en Westerbork
tot Schouwburg de Oranjerie en intieme theaters.
ZONDAG 28 MAART
– HET STADSLAB HYPNOS 69 + SUPPORTACT HANGING TREE
Dat
ze al een dozijn jaar bezig zijn en vier albums hebben uitgebracht wordt vaak
geneutraliseerd door het feit dat hun muziek slechts een nichepubliek weet te
bereiken dat openstaat voor een specifieke soort van retro. Het gaat
daarbij niet om het in zwang zijnde garagerockgerammel dat van Diksmuide
tot Lanaken
gebezigd
wordt, maar een technisch verder gevorderde uitlaatklep die vooral de mosterd
en de drugs haalt bij wat er eind jaren zestig en begin jaren zeventig grote
sier maakte. Op de eerste twee albums resulteerde dat in met blues
geïnfecteerde trips waarmee de band tegen de stonerrock
aanleunde. Daarna werd het geluid verruimd, werd progrock
belangrijker als invloed en werden er zelfs jazz- en folkaccenten
in verwerkt, een aanpak die een voorlopig hoogtepunt bereikte op The Intrigue
Of Perception
(2004).
The Eclectic Measure
is een bevestiging van de klasse van dat album, maar is eigenlijk beter, omdat
het geheel nog organischer
aanvoelt. In plaats van songcycli te maken die naadloos in elkaar overglijden,
is het viertal erin geslaagd een album te creëren dat van voor tot achter
coherent is. Hypnos 69 maakt
zo niet alleen muziek, maar belichaamt het ook. Die samenhang is ook het
resultaat van een concept dat door zanger/gitarist Steve
Houtmeyers
uitvoerig wordt verklaard in de liner notes:
de tien songs zijn gebaseerd op een werk van Carl Jung
over de eeuwige invloed en wisselwerking van het bewuste en het onbewuste, de
krachten die een mens drijven en wat u en ik daarmee kunnen aanvangen. Dat
klinkt allemaal pretentieus en neigt hier en daar naar new age
babble,
maar als het resulteert in dit soort muziek zult u ons niet horen
klagen. Integendeel.
De songs zijn meerlagig en
zorgvuldig geconstrueerd, en opnieuw is het de veelzijdigheid van de band die
meteen opvalt: hij slaagt er niet enkel in om majestueuze climaxen te bereiken,
maar deze ook door haast pastorale tussenstukken een plaats te geven. De
saxofoon- en klarinetbijdragen van Steven Marx zijn daarbij al
even doorslaggevend geworden als het hoogstaande gemusiceer van de
andere drie. Het is dan ook veel meer dan een gewoon bandje; ook Fender,
Hammond,
Moog,
theremin,
glockenspiel
en een resem analoge synthesizers krijgen hun plaats. Dat de band er ondanks
dat alles toch in slaagt om doorheen het album een consistent dromerige sfeer
aan te houden wijst erop dat ze beter dan ooit omgaat met dosering. De invloed
van King Crimson is ook sterk aanwezig in
de muziek. Wie de band al live aan het werk zag hoorde misschien al hun
magistrale cover van "Starless",
een geluid dat ook te horen is tijdens albumhoogtepunt "Ominous
(But
Fooled
Before)".
Het gaat er bij momenten redelijk
arbeidsintensief aan toe voor de luisteraar, al hebben ze in het ijle zwevende
stukken weten te vermijden. "Forgotten Souls" werd op
die manier statig maar niet theatraal, en de vurige lap seventiesrock
"The Antagonist" toont hen nog maar eens als het Vlaamse antwoord op Motorpsycho.
Het is echter pas in de tweede helft dat de plaat echt uit zijn schulp komt.
"I And You And Me
(II)" bevat meer melodisch vernuft dan ooit en weet dat te verpakken in
mooie melancholie, terwijl de eropvolgende
songs, "Ominous"
en "The Point Of No Return" vooral de eclectische kant van het
viertal belichten. Die laatste song wordt gedragen door een memorabele
gitaarlijn en met meesterlijke controle opgebouwd. Afsluiter "Deus Ex-Machina"
belooft aanvankelijk een ingetogen sloothoofdstuk te worden, maar mondt ook uit
in een grootse, weemoedige finale.
Deze vierde Hypnos 69 is geen kost
voor iedereen, maar degenen die bereid zijn een inspanning te doen en te horen
hoe een Vlaamse band een hedendaagse invulling probeert te geven aan een door
velen genegeerd genre, én
daar ook nog eens met verve in slaagt, weet waar hij/zij moet zijn. Steengoede
kwaliteit van eigen bodem.
|